VERDOVING EN ANESTHESIE IN KLINIEK DE BARONIE.
LOCALE VERDOVING

Liposuctie worden in principe ook steeds onder locale verdoving uitgevoerd, zelfs al wordt een operatieduur van maar dan twee uur verwacht. Enkel patiënten die vooraf aangegeven echt niet te willen kiezen voor locale verdoving worden behandeld onder algehele narcose. De techniek voor liposuctie onder locale verdoving is uiterst veilig en patiëntvriendelijk en heet TUMESCENTE VERDOVING. Daarbij worden grote hoeveelheden (liters) vocht ingespoten in de te behandelen zones. Deze verdovende vloeistof bestaat uit een fysiologische zoutoplossing waaraan lidocaïne en adrenaline werd toegevoegd, evenals een middel op de injectie pijnloos te doen verlopen. Deze methode biedt een aantal zeer grote voordelen. Vooreerst is de techniek uiterst veilig en is geen ontwaakperiode nodig. Daarenboven wordt de chirurgische precisie sterkt verhoogd gezien de wakkere patiënt voortdurend kan “meehelpen” door steeds van positie te wisselen op de operatietafel waardoor adequater en egaler kan worden gewerkt. Dat komt het esthetisch resultaat ten goede…
ALGEHELE VERDOVING

De combinatie van lokale en algemene verdoving laat toe de hoeveelheid toegediende producten van beide verdovingen zo laag mogelijk te houden, zodat de patiënt(e) er zo weinig mogelijk last van zou hebben.
Wanneer er dus een vorm van algemene verdoving noodzakelijk geacht wordt (wat besproken wordt tijdens de consultatie met de (plastisch) chirurg) zal de patiënt(e) eerst en vooral een preoperatieve vragenlijst dienen in te invullen. Dit document is voor de geneesheer-anesthesist van groot belang om de verdoving zo goed en veilig mogelijk bij te sturen.
Verder is het van groot belang dat de patiënt(e) “nuchter” is en zich vanaf ten minste 6 uur voor het gepland tijdstip van de ingreep onthoudt van elke vorm van drinken, eten en roken. Alleen de dagelijkse medicatie dient verder genomen te worden op de gebruikelijke tijdstippen, en dit met een klein slokje water.
Tijdens de ingreep zal een erkend geneesheer-anesthesist permanent aanwezig blijven bij de patiënt(e). Alzo worden permanent de pols, bloeddruk, ademhalingsfrequentie, temperatuur en zuurstofsaturatie gevolgd en geregistreerd. Om de nodige medicatie te kunnen toedienen zal kort voor de ingreep een ader aangeprikt worden en een infuus van glucose of fysiologisch serum aangeschakeld worden. Langs deze intraveneuze toegangsweg zal de anesthesist verschillende medicaties toedienen vooraleer de patiënt slaapt. Preventief wordt een middel toegediend om misselijkheid na de ingreep te vermijden. Tevens zo nodig een antibioticum als profylaxe tegen infecties en verder ook een pijnstiller.

Als de patiënt(e) eenmaal slaapt zal de (plastisch) chirurg ook lokale verdoving toedienen om de algemene verdoving zo laag mogelijk te kunnen houden. Het infuus wordt tijdens de ingreep ook gebruikt om zo nodig extra verdoving toe te dienen en voor het op voorhand toedienen van pijnstillers die nuttig zullen zijn na het ontwaken.
Tijdens de ingreep krijgt de patiënt(e) zuurstof toegediend. Naargelang de soort ingreep en de duur ervan zal dit gebeuren aan de hand van eenvoudig aangezichtsmasker, een neusbril , een larynxmasker of bij grotere ingrepen een tube die tussen de stembanden geplaatst wordt. Hiervoor dient dan meestal via het infuus een kortwerkende spierverslapper toegediend te worden en zal de spontane ademhaling van de patient(e) door een beademingstoestel bediend door de anesthesist, overgenomen worden.
Het infuus zal na de ingreep nog een tijdje ter plaatse blijven : zo kan extra medicatie zo nodig op de verkoeverkamer na de ingreep nog toegediend worden. Hier zullen ook de vitale parameters gevolgd worden op een monitor scherm en opgevolgd worden door een verpleegkundige. Tevens zal de patiënt(e) op de kamer nog, zo nodig, zuurstof krijgen via een aangezichtsmasker of een neusbril.
Deze werkwijze laat toe dat de patiënt(e) op het einde van de ingreep nog in de operatiezaal volledig wakker wordt en dat dan pas naar de kamer wordt gebracht. De patiënt(e) loopt zelf van de operatiekamer naar het bed op de recovery.
Na een laatste bezoek van de anesthesist op de kamer kan de patiënt(e) dan,voorzien van eventuele voorschriften en de nodige referenties om de behandelende artsen te kunnen bereiken ontslaan worden mits begeleiding van een volwassen persoon. De patient kan volkomen wakker en fit de Kliniek verlaten 1 tot 2 uur na het beëindigen van de ingreep.
FREQUENT GEBRUIKTE PRODUCTEN
Ter informatie worden in Kliniek De Baronie in het hierboven uitgelegd schema standaard de volgende medicaties gebruikt (tenzij contra-indicaties). Mocht U allergisch zijn aan één van deze middelen, gelieve ons op voorhand op de hoogte te brengen.
- Anti-emeticum (behandeling van misselijkheid) : Dexamethason en /of Ondansetron
- Peroperatieve analgetica (pijnstilling tijdens de ingreep) : Alfentanil of Remifentanil
- Antibioticum( voorkomen van infectie) : Cefazoline
- Hypnoticum (slaapmiddel) : Propolipid
- Postoperatieve analgeticum (pijnstilling na de ingreep) : Paracetamol
- Spierverslapper : Rocuronium
- Lokale anesthetica : Lidocaine en /of Ropivacaine
- Antiflogisticum (ontstekingsremmer en pijnstilling) : Diclofenac






